Deze verordening heeft betrekking op de algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen met betrekking tot de zelfredzaamheid en participatie, met uitzondering van de voorzieningen ten aanzien van opvang en beschermd wonen.
Deze verordening richt zich op personen:
die ingezetene zijn van de gemeente en;
die ondersteuning nodig hebben bij hun zelfredzaamheid en/of participatie, of;
die, al dan niet woonachtig in de gemeente, als mantelzorger ondersteuning aan een ingezetene van de gemeente bieden.
Wanneer de cliënt te maken heeft met meervoudige domein overstijgende problematiek op het terrein van de Wet, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening draagt het college zorg voor een goede afstemming van de ondersteuning.
Het college kan, onverminderd het bepaalde in deze verordening, en in aanvulling op artikel 8.1 en artikel 8.3, nadere regels stellen over de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder begrepen de eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
Reikwijdte verordening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Alblasserdam