**1..** Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft. Door de aanvrager wordt een volledig ingevuld en door de ouders, voogd(en), verzorger(s) of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend
(e-)formulier bij het college ingediend, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.
**2..** Het college kan de aanvrager verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken als dit nodig is voor een juiste beoordeling van de aanvraag.
**3..** De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling.
**4..** Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening.
**5..** Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken uitstellen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis uiterlijk voor afloop van de in lid 4 gestelde termijn.
**6..** Als het gaat het om een verlenging van het aangepast vervoer voor het daarop volgende schooljaar, dan dient de aanvraag uiterlijk twaalf weken voor de start van het nieuwe schooljaar door het college te zijn ontvangen.
**7..** Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:
wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de aanvrager verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag;
wanneer het een aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo dicht mogelijk aansluit bij de door de aanvrager verzochte datum.
**8..** De vervoersvoorziening kan worden ingetrokken indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.
**9..** Bij het beoordelen van het toekennen van de vervoersvoorziening kan het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan, zoals bedoeld in artikel 5 lid 5, of vervoersadviezen van deskundigen worden betrokken.