Bij de benoeming van een wethouder stelt de voorzitter een commissie in overeenkomstig artikel 4, lid 1.
De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet.
Met het oog op een goede vervulling van de taak van de commissie zoals opgenomen in het derde lid overlegt de (kandidaat) wethouder aan de raad;
Een ondertekende verklaring omtrent alle (neven)functies die hij bekleedt;
Een ondertekende verklaring omtrent financiële belangen;
Een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens omtrent woonplaats, geboorteplaats en geboortedatum;
Indien de benoemde geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie is, gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 36a juncto artikel 10 Gemeentewet.
De commissie doet verslag van haar bevindingen aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien van toepassing wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het verslag.
De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusies zijn niet openbaar.
Het vereiste van ingezetenschap van de (kandidaat) wethouder is vastgelegd in artikel 36a, eerste lid, van de Gemeentewet. De raad kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen, telkens met een periode van ten hoogste een jaar (tweede lid). De raad bepaalt of er sprake is van een bijzonder geval dat de afwijking rechtvaardigt van de wettelijke norm van het vereiste van ingezetenschap.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Benoeming (kandidaat) wethouders
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Heumen 2023