Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Ameland

Hierna volgt een toelichting en waar mogelijk nadere concretisering van de begrippen die in artikel 13b Opiumwet en deze beleidsregel naar voren komt: “last onder bestuursdwang”: Volgens artikel 13b Opiumwet heeft de burgemeester de bevoegdheid om handhavend op te treden door middel van bestuursdwang. De burgemeester kan in plaats van een last onder bestuursdwang een last onder dwangsom opleggen. Uitgangspunt van deze beleidsregel is echter dat er bij de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet geen last onder dwangsom wordt opgelegd, maar een last onder bestuursdwang. Het financiële gewin in de drugshandel is dusdanig groot dat de financiële prikkel die uit moet gaan van een dwangsom niet het beoogde effect zal hebben. Hiermee zal niet worden bereikt dat een overtreding ophoudt of niet meer wordt herhaald. Uitgangspunt is dus dat de burgemeester een last onder bestuursdwang zal opleggen. “woning”: Een pand (of ruimte die) in de aangetroffen staat voor bewoning wordt gebruikt en mag worden gebruikt. Of een ruimte daadwerkelijk een woning is, wordt niet alleen bepaald door uiterlijke kenmerken, zoals de bouw of de aanwezigheid van een bed of andere huisraad maar ook door de daaraan werkelijk gegeven bestemming. Of ergens gewoond wordt, kan onder meer blijken uit de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP), de inrichting van de ruimte/ het pand en het feitelijke gebruik dat van de ruimte wordt gemaakt. “lokaal” Indien er geen sprake is van een ‘woning’, wordt het pand of de ruimte beschouwd als lokaal. Hierover vallen zowel de publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten). “middelen als bedoeld in lijst I of II” Het gaat hier om zowel softdrugs (alle middelen vermeld op lijst II bij de Opiumwet) als harddrugs (alle middelen vermeld op lijst I bij de Opiumwet). In deze beleidsregel wordt een onderscheid gemaakt tussen harddrugs en softdrugs, omdat harddrugs en de productie daarvan in het algemeen gevaarlijker zijn voor de gezondheid en het milieu dan softdrugs. Daarnaast is bij de handel- en productie van harddrugs eerder sprake van ernstige criminaliteit. Dit laatste moet in die zin wel worden genuanceerd omdat ook de handel- en productie van softdrugs zeer crimineel is waarbij geweld, bedreiging en intimidatie niet worden geschuwd (o.a. ripdeals). “handelshoeveelheid” Het gaat hier om een hoeveelheid drugs die de criteria, zoals die zijn vastgelegd in de ‘Aanwijzing Opiumwet’ van het Openbaar Ministerie, overstijgt, alsmede een ‘geringe hoeveelheid voor eigen gebruik’ waarbij sprake is van een dealerindicatie. Dit is voor harddrugs één bolletje, één pil of 0,5 gram. Voor softdrugs is dit maximaal 5 gram en voor hennep betreft dit maximaal 5 hennepplanten. Indien meer dan dergelijke hoeveelheden worden aangetroffen, kan op grond van de jurisprudentie aangenomen worden dat het gaat om handel en hoeft er geen sprake te zijn van daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking. “drugshandel” In deze beleidsregel wordt onder ‘drugshandel’ verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezigheid van drugs dan wel de voorbereidingshandelingen daartoe. “een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 of artikel 11a (Opiumwet)” In dit geval gaat het om de aanwezigheid van bepaalde voorwerpen of stoffen die, vanwege de aard en hoeveelheid of gezien de onderlinge combinatie, geschikt zijn om harddrugs te vervaardigen of voor grootschalige hennepteelt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel