Indien overgegaan wordt tot een tijdelijke sluiting, geldt als procedureel uitgangspunt dat – behoudens spoedeisende gevallen (zie hierna) – de belanghebbende(n) in de gelegenheid worden gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen, voordat het definitieve besluit tot sluiting wordt genomen. Daartoe zal eerst een voornemen tot het geven van een sluitingsbevel op schrift worden gesteld en aangetekend verzonden. In dit voornemen wordt in ieder geval opgenomen:
sluiting pand op grond van artikel 13b Opiumwet;
welk pand (inclusief kadastraal perceel) het betreft;
de aanleiding om tot sluiting is overgegaan (proportionaliteit en subsidiariteit);
de termijn van de sluiting;
termijn voor het geven van een zienswijze (artikel 4:8 Awb)
Het voornemen tot sluiting zal ook in afschrift worden gestuurd aan de eigenaar van het betreffende pand, indien er sprake is van een verhuurconstructie.
Spoedeisende situaties
In spoedeisende situaties kan de burgemeester op grond van artikel 4:11 en 5:31 van de Awb spoedeisende bestuursdwang toepassen. Het pand wordt dan onmiddellijk gesloten. De burgemeester biedt dan niet de mogelijkheid om eerst een zienswijze in te dienen. Van een spoedeisende situatie is in ieder geval sprake bij acuut gevaar voor de veiligheid of gezondheid van personen of voor de openbare orde, bijvoorbeeld door brandgevaar of doordat giftige stoffen of gassen (kunnen) vrijkomen of bij zich direct aandienende risico’s door of vanwege het criminele drugscircuit.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3.
Bekendmaking voornemen tot sluiting
Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Ameland