De aanvrager en de ontwerper van het bouwplan worden in de
gelegenheid gesteld om in de vergadering dit plan toe te
lichten.
De commissie kan een of meer leden opdragen met de aanvragers
dan wel de ontwerpers van deze bouwplannen of met beiden overleg
te voeren.
Het overleg als bedoeld in het tweede lid, geschiedt door het
lid dan wel door deze leden voor elk bouwplan ten hoogste
driemaal.
Na het overleg als bedoeld in het tweede lid, beoordeelt de
commissie de bouwplannen ten behoeve van het uitbrengen van het
advies aan burgemeester en wethouders.
Het gestelde in de vorige leden is van overeenkomstige
toepassing ten aanzien van de behandeling van plannen op grond
van de Monumentenwet.
Hoofdstuk
Artikel 11