De commissie beoordeelt het bouwplan op grond van de door de
gemeenteraad vastgestelde welstandscriteria.
Bij de beoordeling als bedoeld in het eerste lid van dit
artikel, handelt de commissie tevens in overeenstemming met het
bepaalde in de vastgestelde beleidsregels op het gebied van de
ruimtelijke kwaliteit, als bedoeld in de zin van artikel 4:81
van de Algemene wet bestuursrecht.
Het gestelde in de leden 1 en 2 is van overeenkomstige
toepassing voor zover het betreft de vastgestelde criteria en
beleidsregels op het gebied van de monumentenzorg.
Indien de commissie van oordeel is dat bijzondere omstandigheden
nopen tot afwijking van het gestelde in het tweede lid van dit
artikel dan geeft zij bij het uitbrengen van het advies aan
burgemeester en wethouders, schriftelijk gemotiveerd aan op
grond waarvan een afwijking van de beleidsregel gerechtvaardigd
is.
Hoofdstuk
Artikel 18