Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.4

Artikel 8.4.2

Stap 1 – Positionering van de bevinding (overtreding) in de basisinterventiematrix

Onderdeel van Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleid 2024-2027

Een toezichthouder bepaalt in eerste instantie in welk segment van de basisinterventiematrix (figuur 1) een bevinding (overtreding) wordt gepositioneerd. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de negatieve gevolgen van de overtreding voor de fysieke leefomgeving (veiligheid, gezondheid, milieu, natuur, water, fysieke inrichting, erfgoed e.d. en het gedrag van de (vermeende) overtreder. Deze beoordeling en de conclusie ervan wordt afgestemd met een collega-toezichthouder en/of een handhavingsjurist. Legalisatietoets Wanneer we een overtreding constateren, wordt in eerste instantie getoetst of legalisatie mogelijk is. Dit betekent dat we nagaan of alsnog (achteraf) voor de strijdige situatie toestemming kan worden gegeven. Is dit daadwerkelijk het geval, dan stellen we de overtreder in de gelegenheid om toestemming voor de strijdige situatie te vragen (aanvraag omgevingsvergunning of het doen van een melding). Er is pas daadwerkelijk concreet zicht op legalisatie wanneer wordt voldaan aan de criteria over ‘concreet zicht op legalisatie’, zoals aangegeven in de vaste jurisprudentie. Is hiervan sprake, dan kan van (verdere) handhaving worden afgezien. Wanneer daadwerkelijk sprake is van concreet zicht op legalisatie en wij hieraan meewerken, wordt de opgestarte handhavings-procedure gedurende de legalisatieprocedure opgeschort. Als de overtreder niet wil meewerken aan de legalisatietoets, wordt de handhavingsprocedure voortgezet. Dit doen we ook wanneer uit het legalisatieonderzoek blijkt dat de overtreding niet kan worden toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel