Indien in een besloten zitting van de onderzoekscommissie omtrent het behandelde en omtrent de inhoud van de stukken, die aan de onderzoekscommissie zijn overgelegd, geheimhouding wordt opgelegd, zijn allen, die van het behandelde en de stukken hebben kennisgenomen, verplicht deze geheimhouding in acht te nemen. De van een besloten zitting opgemaakte stukken liggen op verzoek voor de raadsleden ter inzage bij de griffier en zij bewaren geheimhouding, totdat deze wordt opgeheven.