Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien:
de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie;
een commissielid, behoudens de situatie in artikel 155a, lid 6, van de Gemeentewet, ophoudt lid van de raad te zijn;
de onderzoekscommissie besluit een commissielid te horen;
een commissielid ontslag neemt; het commissielid geeft hiervan de raad en de voorzitter van de onderzoekscommissie zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis.
In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden.
Artikel 4