De onderzoekscommissie houdt zitting:
wanneer de voorzitter het nodig oordeelt;
wanneer de meerderheid van het aantal leden daartoe een schriftelijk en gemotiveerd verzoek doen aan de voorzitter;
De voorzitter van de onderzoekscommissie bepaalt plaats en tijd van de openbare zittingen en brengt die gelijktijdig met de oproep als bedoeld in lid 3 van dit artikel ter openbare kennis;
De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, getuigen en deskundigen ten minste 14 dagen voor de zitting op;
Binnen 3 werkdagen na verzending of uitreiking van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen;
De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld.