Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Werken onder de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging

Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Medemblik 2023-2026

Het werken onder de Ow en Wkb brengt veranderingen mee voor ons werk. Zo wordt door de gemeente niet alles meer bouwtechnisch getoetst (gevolgklasse I Wkb) en zal de gemeente niet op al het werk toezicht houden. Een deel van de werkzaamheden moet door private partijen worden uitgevoerd. Onze grondhouding tegenover plannen en initiatieven verandert van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’. Hiermee wordt een andere houding en ander gedrag gevraagd van de medewerkers. De termijn voor de afhandeling van een aanvraag is, op enkele uitzonderingen na, 8 weken geworden. Dat betekent een snellere afhandeling, ook bij meer complexe aanvragen. Hierdoor verschuift het accent naar voren en is het vooroverleg een belangrijk instrument om voorafgaand aan de vergunningsaanvraag alle hobbels weg te nemen. Dat geldt zeker voor de intake- en omgevingstafel waarbij ruimtelijke of maatschappelijke complexe initiatieven integraal op wenselijkheid en haalbaarheid worden besproken. Intake- en Omgevingstafel De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Dit vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. Een proces dat (ruimschoots) start voordat een aanvraag om omgevingsvergunning formeel ingediend wordt bij de gemeente. Dit alles krijgt vorm met de intake- en omgevingstafel. Participatie Ook is onder de Ow een nieuw aanvraagvereiste geïntroduceerd. Het betreft participatie bij een vergunningaanvraag. Dit nieuwe vereiste stimuleert initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop de belangen van belanghebbenden zijn gehoord en hoe het resultaat daarvan is verwerkt in het plan. Een initiatiefnemer is echter niet (altijd) verplicht om daadwerkelijk aan participatie te doen. Dit aanvraagvereiste geldt alleen voor bepaalde (soorten) aanvragen, een zogeheten ‘buitenplanse omgevingsactiviteit’. In de Ow is bepaald dat aan de gemeenteraad de bevoegdheid is gegeven om gevallen van buitenplanse activiteiten aan te wijzen, waarbij het wel verplicht is te participeren met de omgeving vóórdat een aanvraag om een omgevingsvergunning kan worden ingediend. Voor die gevallen moet de aanvrager aantonen dat hij aan participatie heeft gedaan. Als hij dit niet doet, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Dit is gebeurd met vaststelling van het Adviesrecht raad en verplichte participatie aangewezen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 2022 (zie bijlage 6). Gesloten- of open normen omgevingsplan Ook de wijze waarop vergunningaanvragen getoetst worden verandert. Onder de Ow is de mogelijkheid gecreëerd om in het omgevingsplan minder vergunningplichten te hebben en meer zorgplichten of meer algemene regels. Dit kan ertoe leiden dat waar voorheen vooraf werd getoetst, toetsingen in het nieuwe stelsel meer achteraf kunnen gaan plaatsvinden. De mate waarin de gemeente in het omgevingsplan met gesloten- of open normen gaat werken wordt de komende jaren meer (en verder) vormgegeven. Wet kwailiteitsborging (Wkb) Met de komst van de Wkb verandert de rol van de gemeente tijdens het bouwproces. Inwerkingtreding van de Wkb heeft aan de voorkant tot gevolg dat er in het kader van vergunningverlening geen bouwtechnische toets meer plaatsvindt voor gevolgklasse 1 bouwwerken. Deze preventieve toets wordt vervangen door een toets door private kwaliteitsborgers. Om tegemoet te komen aan de zorgen over een eventueel tekort aan private kwaliteitsborgers en de wens tot het inrichten van extra waarborgen heeft de minister besloten om in de eerste zes maanden na inwerkingtreding gevolgklasse 1 te beperken tot nieuwbouw. Na deze zes maanden gaan ook de verbouwactiviteiten onder gevolgklasse 1 vallen. Voor het bouwen van een bouwwerk onder gevolgklasse 1 moet minstens vier weken voor het begin van de bouwwerkzaamheden een melding worden gedaan aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kijkt of de melding compleet is. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan de naam- en adresgegevens, een beschrijving van het bouwwerk, een beschrijving van de kwaliteitsborger, het gebruikte toetsinstrument, de risicobeoordeling (welke risico’s zijn er die ertoe zouden kunnen leiden dat er niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan) en het borgingsplan (welke maatregelen worden genomen om die risico’s te voorkomen of te beperken). In de risicobeoordeling moet rekening worden gehouden met (bijzondere) locatie specifieke omstandigheden (bijvoorbeeld als de grond een afwijkende draagkracht heeft en de fundering op grond hiervan moet worden aangepast). Hier is straks een rol weggelegd voor het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag voorziet de kwaliteitsborger(s) (die niet per definitie uit de omgeving hoeft te komen) van de lokale risico's.

Rechtspraak bij dit artikel