Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Draagkracht (periode)

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente IJsselstein (WIL) 2023

1.. De draagkracht wordt vastgesteld voor een periode van een jaar gerekend vanaf de eerste van de maand waarin de aanvraag bijzondere bijstand is ingediend of vanaf de eerste van de maand waarin de kosten opgekomen zijn. 2.. In afwijking van het gestelde onder lid 1 loopt de draagkrachtperiode bij een Pw-uitkering tot het einde van deze Pw-uitkering en is er gedurende de looptijd van de Pw-uitkering geen drachtkracht. 3.. De vastgestelde draagkracht wordt in geval van incidentele bijzondere bijstand in één keer in mindering gebracht op de in aanmerking komende noodzakelijke kosten. 4.. In geval van periodieke verlening van bijzondere bijstand wordt de draagkracht gespreid over 12 maanden waarover de bijzondere bijstand wordt verstrekt en naar evenredigheid in mindering gebracht op de in aanmerking komende noodzakelijke kosten. 5.. Het bedrag aan draagkracht uit inkomen en vermogen wordt op de volgende manier in mindering gebracht op de te verstrekken bijzondere bijstand: eerst op het vermogen en dan op het inkomen, vervolgens; eerst op de incidentele en vervolgens op de periodieke kosten, tot slot; eerst op het om niet gedeelte en dan op het gedeelte lening. 6.. Bij een wijziging van het inkomen, het vermogen of de woon- en gezinssituatie kan de hoogte van de draagkracht volledig worden herzien. Dit vindt plaats op initiatief van het dagelijks bestuur of nadat belanghebbende feiten en omstandigheden heeft gemeld die van invloed zijn op het recht op of de hoogte van de bijzondere bijstand.

Rechtspraak bij dit artikel