Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2.

Artikel 3.2.7

Waarde voertuigen bij vermogensvaststelling

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2023

1.. De waarde van een vervoermiddel wordt voor het vaststellen van het vermogen als volgt in aanmerking genomen en vastgesteld: bij een waarde tot of gelijk aan € 5.000,00 wordt een vervoermiddel als algemeen gebruikelijk aangemerkt en vrijgelaten bij de vermogensvaststelling; als de totale waarde van de vervoermiddelen (auto’s, motoren, scooters en brommers) tezamen meer bedraagt dan € 5.000,00, wordt het meerdere in aanmerking genomen bij de vermogensvaststelling; De BOVAG/ANWB koerslijst wordt gehanteerd bij de waardebepaling (inruilwaarde); Wanneer de waarde niet bepaald kan worden door de BOVAG/ANWB koerslijst, wordt de waarde bepaald door middel van aankoopbewijzen, leeftijd, opgegeven onderhoudstoestand en navraag bij een erkende dealer. Dit is de in aanmerking te nemen waarde in het economisch verkeer (artikel 34 lid 1 onder a, PW). Van dit uitgangspunt wordt afgeweken indien er aantoonbare verschillen zijn tussen het goed en de uitgangspunten van de koerslijsten, bijvoorbeeld enerzijds een schadeauto en anderzijds een oldtimer. 2.. Wanneer het gaat om een voertuig dat aantoonbaar om medische redenen is aangepast en gelet op de persoon noodzakelijk is, wordt de gehele waarde vrijgelaten. 3.. Caravans, campers, vrachtwagens, tractoren, boten, jachten en dergelijke worden niet als algemeen gebruikelijk aangemerkt en volledig als vermogen in aanmerking genomen. 4.. Voor personen waarop dit artikel van toepassing is en op de datum waarop deze beleidsregel in werking treedt reeds bijstand ontvangt, is dit artikel tijdelijk niet van toepassing. Dit overgangsrecht geldt tot 1 januari 2024.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel