**1..** De subsidie voor opvoed- en opgroeiactiviteiten bedraagt maximaal per jaar:
€ 625.000 voor activiteiten conform artikel 3:1:a;
€ 40.000 voor activiteiten conform artikel 3:1:b;
€ 35.000 voor activiteiten conform artikel 3:1:c.
**2..** De subsidie voor educatie-activiteiten bedraagt maximaal per jaar:
€ 380.000 voor activiteiten conform artikel 3:2:a, waarbij maximaal € 8.750 beschikbaar is voor de overige bibliotheken op basis van de volgende grondslagen:
€ 0,15 per uitlening (met een maximum van € 20.000 uitleningen per jaar);
€ 850 per openingsuur per week per jaar (met een maximum van 5 uren per week).
€ 56.250 voor activiteiten conform artikel 3:2:b;
€ 37.250 voor activiteiten conform artikel 3:2:c;
€ 20.500 voor activiteiten conform artikel 3:2:d.
**3..** De subsidie voor welzijnsactiviteiten bedraagt maximaal per jaar:
€ 50.000 voor activiteiten conform artikel 3:3:a
€ 16.000 voor activiteiten conform artikel 3:3:b;
€ 39.000 voor activiteiten conform artikel 3:3:c;
€ 110.000 voor activiteiten conform artikel 3:3:d;
€ 55.000 voor activiteiten conform artikel 3:3:e;
€ 30.000 voor activiteiten conform artikel 3:3:f;
€ 72.500 voor activiteiten conform artikel 3:3:g.
**4..** De subsidie voor buurtsport- en cultuurcoaches bedraagt maximaal per jaar € 380.000.
**5..** De subsidie voor minima-activiteiten bedraagt per jaar:
€ 32.500 voor activiteiten conform artikel 3:5:a;
€ 15.500 voor activiteiten conform artikel 3:5:b;
€ 7.000 voor activiteiten conform artikel 3:5:c.
**6..** De subsidies aan professionele instellingen – instellingen die de activiteiten verrichten met beroepskrachten – kunnen geïndexeerd worden op basis van de in de programmabegroting opgenomen indexatiebepaling.