Bij de ontwikkeling van de Energietuinen moet er sprake zijn van meervoudig ruimtegebruik. De ruimte onder de zonnepanelen is geen verloren ruimte, maar kan voor meerdere doeleinden worden ingezet. De ruimte kan ten goede komen aan de biodiversiteit of een positieve bijdrage leveren aan de waterhuishouding in de omgeving. De keuzes die hierbij gemaakt worden dienen onderbouwd te worden. Daarnaast dient na 5 jaar een evaluatie plaats te vinden, waarna indien nodig aanpassingen gedaan worden. Het resultaat van het meervoudig ruimtegebruik wordt hiermee vergroot.
De meekoppelkansen bodemkwaliteit en wateropvang zijn uitgewerkt. Verder kan gedacht worden aan onderwerpen zoals recreatieve meerwaarde, educatieve meerwaarde, agrarische meerwaarde enz. Er dienen tenminste 3 meekoppelkansen uitgewerkt te worden voor de inpassing.
Bodemkwaliteit
Door de aanwezigheid van zonnepanelen is de lichtinval de natuurlijke watertoevoer lager dan dat deze zonder zonnepanelen is. Voor vegetatie is de hoeveelheid licht die op de bodem valt essentieel. Dat geldt ook voor de hoeveelheid en de spreiding van het regenwater (ix). Doordat de grondstof voor organische stof in de bodem geleverd wordt door de vegetatie, moet een initiatief ervoor zorgen dat zo veel mogelijk lichtinval en een zo gelijkmatig mogelijke regenwaterspreiding aanwezig is.
De hoeveelheid zonnestraling die op de bodem tussen de panelentafels en onder de tafels valt bepaalt de dichtheid en de aard van de vegetatie daar. Onder de tafels kan de licht en watergebrek te gering zijn om de aanvoer van organische stof (plantenresten) op een voldoende hoog niveau te houden voor het bodemleven en om de opgeslagen koolstof op peil te houden. Tussen de tafels bepaalt de hoeveelheid licht de waarde van de vegetatie voor flora en fauna
Bij de inrichting en de opstelling van de tafels voor de zonnepanelen dient hier rekening mee gehouden te worden. Uiteraard dient hierbij een afweging gemaakt te worden tussen een maximale rijafstand en een financieel haalbare casus.
De lichtinval dient gemaximaliseerd te worden door:
**•.** Een minimale rijafstand van 5,00 meter. Dit zorgt ook voor voldoende manoeuvreerruimte voor maaibeheer;
**•.** Het niet toepassen van een oost-west opstelling in het klassieke ‘dak’-model;
**•.** Landscape georiënteerde panelen met een minimale tussenruimte van 1 centimeter op het frame. Dit zorgt ook voor een betere regenwaterverdeling.
Wateropvang
Door klimaatverandering nemen enerzijds het aantal extreme buien en anderzijds de kans op watertekorten toe. Een van de manieren om je hieraan aan te passen is opvang (berging) creëren van grote waterhoeveelheden ineens en zorgen voor infiltratie en aanvulling van het grondwater. Ook is er bovengrondse wateropvang mogelijk. Het initiatief dient ervoor te zorgen dat bij wolkbreuken/piekbuien water op eigen terrein zonder problemen wordt opgevangen. Daarnaast dient gekeken te worden naar de mogelijkheid om water op te vangen dat afkomstig is vanuit de omgeving. Als er een overcapaciteit is op het terrein, kan dit gezien worden als een meekoppelkans.
Voor de biodiversiteit is de aanwezigheid van water essentieel. Hierbij wordt gekeken naar de behoefte in de directe en wijdere omgeving. De ontwikkeling dient een bijdrage te leveren aan de waterpeilbehoefte van de omgeving. Het creëren van gradiënten binnen de Energietuin, bijvoorbeeld door aanleg van een poel, verhoogt de biodiversiteit. Daarnaast kunnen deze gradiënten ook zorgen voor een tijdelijke waterbuffering. Bij de inrichting van de Energietuin dient hier niet alleen rekening mee gehouden te worden, maar moet ook een bijdrage aan de omgeving geleverd worden.
Door bij de inrichting rekening te houden met de waterberging, zullen grondwerkzaamheden plaats vinden. Bij voorkeur wordt gewerkt met een gesloten grondbalans. Maar als grond aan- en/of afvoer nodig is, gebeurt dit op verantwoorde wijze waarbij de vervoersbewegingen beperkt worden.
Het inzaaien van gras is in beginsel ongewenst, omdat dit de biodiversiteit niet ten goede komt. Is een bodembedekking wenselijk om bijvoorbeeld erosie te voorkomen, dan is het advies om ca. 1/3 van de aanbevolen hoeveelheid graszaad toe te passen.
Hoofdstuk › Paragraaf 3
Artikel 3.7.5
Koppelkansen
Onderdeel van ENERGIETUINEN VOERENDAAL Een beoordelingskader voor de ontwikkeling van energietuinen in Voerendaal