Uit de uitspraak van de Raad van State blijkt dat een zonnepark niet M.E.R. plichtig is. De Raad van State geeft aan dat een zonnepark niet onder de reikwijdte van het Besluit milieueffectrapportage valt. Een zonnepark is volgens de Raad geen:
**•.** Landinrichtingsproject;
**•.** Geen stedelijk ontwikkelingsproject;
**•.** Geen industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water.
Omdat er voor de wijziging van het bestemmingsplan een ruimtelijke onderbouwing aangeleverd dient te worden, zullen de beschrijvingen die ten grondslag liggen aan een M.E.R. beoordeling wel aangeleverd moeten worden.
**1..** Een beschrijving van het project, met in het bijzonder:
**•.** Een beschrijving van de fysieke kenmerken van het gehele project en, voor zover relevant, van sloopwerken;
**•.** Een beschrijving van de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn;
**2..** Een beschrijving van de milieueffecten van het project;
**3..** Een beschrijving - voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is - van de milieueffecten van het project ten gevolge van:
**•.** De verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen, indien van toepassing;
**•.** Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit;
Initiatiefnemer maakt duidelijk op welke wijze in de realisatiefase rekening wordt gehouden met:
**•.** De wijze van aanleg, waarbij extra aandacht uitgaat naar de bodem en de luchtkwaliteit. Tijdens de realisatie wordt de bodem veel bereden. Voorkomen moet worden dat de bodem onnodig wordt vastgereden of dat er sporen worden gemaakt tijdens nat weer. Er dient een protocol voor gezond bodembeheer tijdens realisatie aangeleverd te worden;
**•.** de cumulatie met andere projecten als het gaat om luchtkwaliteit waar stikstof een essentieel onderdeel van uitmaakt. Er dient dan ook een Aerius berekening aangeleverd te worden;
**•.** Verontreiniging en hinder. Als gevolg van de aanlegwerkzaamheden kan tijdelijke hinder ontstaan. In alle fasen van de betreffende activiteiten wordt verontreiniging van bodem en grondwater voorkomen. Indien door onvoorziene omstandigheden toch een bodem- of grondwater- verontreiniging plaatsvindt, herstelt initiatiefnemer dit in de oorspronkelijke binnen afzienbare tijd;
**•.** Risico op calamiteiten en ongevallen. Hiervoor moet een veiligheidsparagraaf opgenomen worden in de ruimtelijke onderbouwing;
**•.** Gebruik duurzame materialen. Het stimuleren van duurzame materialen heeft niet alleen een lokaal effect. Door verantwoord materiaal gebruikt zullen ook elders geen nadelige gevolgen zijn voor het milieu of de omgeving. Hiermee wordt de gehele keten gestimuleerd om na te denken over de effecten van materiaalgebruik elders. Hiervoor dienen garanties van oorsprong voorgelegd te worden.
Hoofdstuk › Paragraaf 4
Artikel 4.2
Ruimtelijke onderbouwing 4.2.1 Onderzoeken M.E.R.-beoordeling
Onderdeel van ENERGIETUINEN VOERENDAAL Een beoordelingskader voor de ontwikkeling van energietuinen in Voerendaal