Voor de omgevingsvergunning is in de Omgevingswet bepaald dat er regels komen met betrekking tot participatie en overleg met derden. Het gaat daarbij om de aanvraag en de vereisten die daarvoor gelden (Omgevingswet, artikel 16.55 lid 6). Voor activiteiten die buitenplans zijn (dus volgens de regels van het omgevingsplan niet mogelijk zijn) en waarvoor het college van B&W het bevoegd gezag is, kan de gemeenteraad activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is (Omgevingswet, artikel 16.55 lid 7). Bij deze gevallen moet u dus als initiatiefnemer aantonen dat participatie heeft plaatsgevonden. Als u bij zo’n aangewezen geval niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten.
Verder is het relevant welke activiteit de initiatiefnemer heeft aangevraagd voor de vraag of de participatie voldoende is. Bij een klein initiatief met weinig impact op de omgeving kan een beperkte vorm van participatie volstaan. Bij een project met grote impact op de omgeving zal meer uitgebreide participatie nodig zijn. De beoordeling of de initiatiefnemer voldoende aan participatie heeft gedaan, is aan het bevoegd gezag.
Middels onderhavige handreiking wordt een kader geschept waarbinnen u een omgevingsdialoog kan laten plaatsvinden (dit is een mogelijk instrument om participatie plaats te laten vinden) en ook vervolgens kan komen tot een gedegen verslaglegging.
Hoofdstuk › Paragraaf 5
Artikel 5.2
Aanvraagvereiste bij verplichte participatie (bij buitenplanse omgevingsplan activiteiten)
Onderdeel van ENERGIETUINEN VOERENDAAL Een beoordelingskader voor de ontwikkeling van energietuinen in Voerendaal