Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Begrippen en afkortingen

Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2023

1.. In deze beleidsregel staan enkele begrippen en afkortingen. Hieronder staat een uitleg wat deze betekenen: het college: het college van burgmeester en wethouders van Delft; wet: de Participatiewet; IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Bbz: het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004; Awb: de Algemene wet bestuursrecht; BW: het Burgerlijk Wetboek; Rv: het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; Wgs: de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; de wetten: dit zijn alle wetten en regelingen samen die staan onder b tot en met h; terugvordering: de eis om geld terug te betalen, volgens de wetten die staan onder b tot en met h; invordering: de manier waarop de terugvordering wordt betaald of verrekend, zoals staat in de wetten onder b tot en met h; debiteur: degene van wie geld wordt teruggevorderd; afloscapaciteit: het bedrag dat de debiteur kan aflossen. Dit bedrag hangt af van het inkomen, het vermogen en de waarde van de bezittingen waarover de debiteur beschikt of redelijkerwijs kan beschikken; ontstaansmoment van de vordering: de datum op de beschikking. De beschikking is brief waarin de vordering is vastgesteld; voorschot: voorschot als bedoeld in artikel 52 van de wet. 2.. Alle begrippen in deze beleidsregel die niet verder worden uitgelegd, hebben dezelfde betekenis als in de wetten en de regelingen genoemd in lid 1, onder b tot en met h.

Rechtspraak bij dit artikel