**1..** In deze beleidsregel staan enkele begrippen en afkortingen. Hieronder staat een uitleg wat deze betekenen:
het college: het college van burgmeester en wethouders van Delft;
wet: de Participatiewet;
IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Bbz: het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;
Awb: de Algemene wet bestuursrecht;
BW: het Burgerlijk Wetboek;
Rv: het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
Wgs: de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
de wetten: dit zijn alle wetten en regelingen samen die staan onder b tot en met h;
terugvordering: de eis om geld terug te betalen, volgens de wetten die staan onder b tot en met h;
invordering: de manier waarop de terugvordering wordt betaald of verrekend, zoals staat in de wetten onder b tot en met h;
debiteur: degene van wie geld wordt teruggevorderd;
afloscapaciteit: het bedrag dat de debiteur kan aflossen. Dit bedrag hangt af van het inkomen, het vermogen en de waarde van de bezittingen waarover de debiteur beschikt of redelijkerwijs kan beschikken;
ontstaansmoment van de vordering: de datum op de beschikking. De beschikking is brief waarin de vordering is vastgesteld;
voorschot: voorschot als bedoeld in artikel 52 van de wet.
**2..** Alle begrippen in deze beleidsregel die niet verder worden uitgelegd, hebben dezelfde betekenis als in de wetten en de regelingen genoemd in lid 1, onder b tot en met h.
Artikel 1.
Begrippen en afkortingen
Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2023