**1..** Het college kan besluiten een vordering of het restant daarvan kwijt te schelden als ten minste 5 jaar daadwerkelijk is afgelost op de vordering. De aflossing moet dan wel zijn gegaan zoals bedoeld in artikel 2. Het college verleent alleen kwijtschelding wanneer vaststaat dat de betrokkene, bij het vaststellen van de hoogte van de periodieke aflossing, de juiste en volledige informatie heeft verstrekt. Het college doet dit niet voor vorderingen:
Die een gevolg zijn van fraude of misbruik met de uitkering als gevolg van opzet of grove schuld. Dan geldt lid 2 tot en met 4 van dit artikel;
Die zijn gedekt met een krediethypotheek of pandrechtovereenkomst.
**2..** Het restant van een vordering als gevolg van fraude, inclusief een opgelegde bestuurlijke boete, kan worden kwijtgescholden als de betrokkene gedurende 10 jaar daadwerkelijk heeft afgelost op de vordering zoals bedoeld in artikel 2. Voorwaarde is wel dat de betrokkene direct begint met het aflossen van de vordering en alle medewerking heeft gegeven bij de aflossing gedurende deze periode van 10 jaar. Daaronder wordt ook begrepen het juist en volledig geven van alle noodzakelijke informatie om de juiste aflossingshoogte vast te stellen. Het college kan kwijtschelding weigeren als de betrokkene een vermogen bezit dat voldoende is om de vordering af te lossen. Onder vermogen wordt ook verstaan een eigen woning, een auto, caravan, boot, schilderijen of juwelen etc. Is er sprake van een verwijtbare achterstand in de betaling, dan kan kwijtschelding pas aan de orde zijn als de achterstand in de betaling is voldaan.
**3..** Het kwijtschelden van een fraudevordering en de opgelegde bestuurlijke boete door het college gebeurt maar één keer per persoon.
Artikel 7:
Kwijtschelding van openstaande vorderingen
Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2023