Algemeen
Een cliënt komt in aanmerking voor een individuele maatwerkvoorziening:
ter bevordering van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van de cliënt;
ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt;
ter ondersteuning van jeugdigen en hun vertegenwoordigers bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen;
ter ondersteuning bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt;
ter ondersteuning van de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten al dan niet in verband met risico’s voor zijn gezondheid of veiligheid.
Dit voor zover de cliënt de hulpvraag naar het oordeel van het college niet geheel of gedeeltelijk kan oplossen:
op eigen kracht;
met gebruikelijke hulp of met mantelzorg;
met andere personen uit zijn/haar sociale netwerk;
door algemeen gebruikelijke voorzieningen;
door wettelijk voorliggende voorzieningen;
door een algemene voorziening;
door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten;
door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen om te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening.
Als een individuele maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.
Specifiek Wmo
Ten aanzien van een individuele maatwerkvoorziening geldt dat een cliënt alleen hiervoor in aanmerking komt als:
De client geen handelingen heeft verricht of nagelaten, die hebben geleid tot het ontstaan van de noodzaak tot/ de behoefte aan de voorziening, of;
Er van de cliënt rederlijkwijs niet verwacht kan worden dat hij maatregelen zou hebben getroffen om de noodzaak tot een voorziening te beperken of te vermijden;
er geen sprake is van een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is.
Specifiek Huishoudelijke Ondersteuning
Onverminderd het bepaalde in artikel 2.6 voor de individuele maatwerkvoorziening huishoudelijke Ondersteuning geldt dat:
voor het vaststellen van het aantal uren professionele inzet dat nodig is gebruik gemaakt wordt van het ‘Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 – Bureau HHM, juni 2019’ (bijlage 3);
de inwoner gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrek(ken), de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap;
het schoon en leefbaar houden van de woning uitsluitend betrekking heeft op woonruimten binnen de woning. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van huishoudelijke ondersteuning.
Specifiek Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen
Ten aanzien van maatschappelijke opvang geldt dat een cliënt alleen hiervoor in aanmerking komt als hij:
feitelijk dakloos is;
beperkt redzaam is op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden;
niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke dakloosheid op kunnen heffen.
6. a. Ten aanzien van Maatschappelijk Opvang treft het college algemene voorzieningen in de vorm van dag- en nachtopvang voor diegenen die hun thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Dit dient te gebeuren met inachtneming van het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang.
b. Na toelating tot een voorziening voor Maatschappelijke Opvang is iedere deelnemer verplicht om zo snel als mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, deel te nemen aan een traject aan begeleiding gericht op zelfredzaamheid, participatie en uitstroom uit de opvang.
c. Indien de deelnemer in staat is om deel te nemen aan het traject zoals aangegeven in het vorige lid, maar dit blijft weigeren zonder een deugdelijke motivering, kan het college de toegang tot Maatschappelijke Opvang vanaf dat moment weigeren.
7. Het college kan de cliënt in aanmerking laten komen voor Beschermd Wonen indien de cliënt:
a. is aangewezen op een beschermde woonomgeving ter voorkoming van verwaarlozing/teloorgang, maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen;
b. er sprake is van complexe psychosociale en psychiatrische problematiek;
c. niet in staat is om zichzelf op eigen kracht te handhaven in de samenleving;
d. niet geholpen is met ondersteuning vanuit voorliggende en algemene voorzieningen aangevuld met ambulante maatwerkvoorzieningen al dan niet gecombineerd met respijtverblijf of een tijdelijk terugvalverblijf.
En in geval van Beschermd Thuis:
e. binnen redelijke termijn zichzelf weer op eigen kracht zou kunnen handhaven in de samenleving zonder beschermde woonomgeving.
8. Beschermd Wonen; waaronder beschermd thuis kent de volgende varianten:
klassiek beschermd wonen waarbij cliënten geen huur betalen (beschermd wonen zoals bedoeld in de wet);
klassiek beschermd wonen waarbij cliënten wel zelf huur betalen (ook wel scheiden van wonen en zorg);
tussenvormen van beschermd wonen waarbij cliënten huur of een vergelijkbare vergoeding voor het wonen betalen, bijvoorbeeld waarbij:
i. de huur (tijdelijk) wordt overgenomen door de aanbieder;
ii. de aanbieder een woning huurt van een woningcorporatie voor de cliënt of voor deze cliënt garant staat;
iii. de cliënt een woning huurt van de aanbieder;
iv. de cliënt op een andere manier zelfstandig woont met een beschermd wonen indicatie.
Aanvullende criteria voor Beschermd Wonen
9. Het college kan de cliënt in aanmerking laten komen voor tijdelijk intramuraal verblijf bij een instelling waarbij er 24/7 begeleiding beschikbaar is op de locatie indien de cliënt:
a. niet geholpen is met reeds ingezette ambulante maatwerkvoorzieningen vanuit een beschermde woonomgeving waardoor de leefsituatie instabiel is geworden;
b. ADL-taken niet meer zelfstandig kan uitvoeren en de regie overgenomen moet worden;
10. Het college kan een individuele maatwerkvoorziening Wonen/Verblijf tevens weigeren of intrekken indien:
a. de cliënt in staat is om mee te werken aan een passend ondersteuningstraject, maar niet bereid is mee te werken.
b. de cliënt zich ernstig misdraagt jegens andere cliënten in de instelling of jegens de medewerkers.
Artikel 2.6
Criteria voor een individuele maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp Gemeente Epe 2023