Naar hoofdinhoud

Artikel 6.2

Eigen bijdrage in de kosten van individuele maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp Gemeente Epe 2023

Een cliënt ouder dan 18 jaar, die een voorziening toegewezen heeft gekregen op basis van de Wmo, is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een individuele maatwerkvoorziening dan wel pgb. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd, zolang de cliënt gebruik maakt van de individuele maatwerkvoorziening of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. Deze zijn vernoemd in artikel 6.1, lid 1. De totale bijdragen voor individuele maatwerkvoorzieningen of verstrekte pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs. Voor deze voorzieningen is de maximale hoogte van de eigen bijdrage te vinden in de desbetreffende wetsbepalingen (artikel 2.1.4, 3e lid Wmo 2015 (algemene voorzieningen) en 2.1.4a, 4e lid, Wmo 2015 (maatwerkvoorzieningen). De eigen bijdrage is verschuldigd door de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de eigen bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. Ingeval van een materiële voorziening wordt de looptijd waarover de eigen bijdrage verschuldigd is, bepaald door de totale kosten, door middel van kostprijsbewaking bij het CAK. Indien een individuele maatwerkvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt en er een eigen bijdrage wordt opgelegd, dan is deze verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijkwetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. In afwijking van het tweede lid is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de volgende voorzieningen: voor een rolstoel of sportrolstoel; voor een cliënt die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van woningaanpassingen; voor maatschappelijke opvang; voor collectief vervoer (het pgb is niet uitgezonderd); voor cliëntondersteuning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel