Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

- Inkomens- en vermogenstoets

Onderdeel van Beleidsregels OV Minima Hoeksche Waard 2023

1.. Voor het bepalen van het gezinsinkomen gaan we uit van het netto inkomen in de peilmaand, tenzij er aanwijzingen zijn dat het inkomen over die maand niet representatief is voor het inkomen in het aangevraagde jaar. 2.. De aanvrager kan verzoeken om een andere peilmaand als aangetoond wordt dat het inkomen over de betreffende maand niet representatief is voor het inkomen in het aangevraagde jaar. De peilmaand mag worden gekozen uit de voorliggende zes maanden voorafgaande aan de aanvraag. 3.. De inkomenstoets wordt niet toegepast als de aanvrager: op het moment van aanvraag een Participatiewetuitkering voor levensonderhoud ontvangt; binnen zes maanden voorafgaande aan de aanvraag OV Minima Hoeksche Waard een toekenningsbesluit heeft ontvangen voor bijzondere bijstand of een gemeentelijke inkomensregeling, zoals Maatschappelijke Participatie en de Meedoen-regeling, en verklaart dat er geen wijzigingen zijn in het inkomen of de gezinssamenstelling in de tussenliggende periode; op het moment van de aanvraag in een minnelijke of wettelijke schuldregeling zit, waarbij het vrij te laten bedrag (VTLB) is gelijkgesteld aan de hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm en als de belanghebbende verklaart dat er intussen geen wijzigingen zijn in het inkomen of de gezinssamenstelling. 4.. Het vermogen wordt buiten beschouwing gelaten.

Rechtspraak bij dit artikel