Naar hoofdinhoud
1.. Indien de belanghebbende 18 jaar of ouder is en inkomsten ontvangt, wordt het leefgeld zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b en artikel 12, eerste lid van de Regeling beëindigd met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de belanghebbende recht heeft op inkomsten. 2.. Indien de belanghebbende als bedoeld in het eerste lid tot een gezin behoort, wordt het leefgeld aan het gezin beëindigd met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de belanghebbende recht heeft op inkomsten. 3.. In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen de inkomsten worden aangevuld tot de hoogte van het leefgeld zoals bedoeld in artikel 10 en artikel 12 van de Regeling. Bij de bepaling van de hoogte van de inkomsten wordt rekening gehouden met het mogelijk recht op kinderbijslag en/of kindgebonden budget. 4.. Belanghebbende toont, uit eigen beweging, vóór de 25ste dag van de maand waarin er recht is op inkomsten, de hoogte van de inkomsten aan om aanspraak te kunnen maken op aanvullend leefgeld als bedoeld in het derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel