Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 14.

Waardering en afschrijving vaste activa

Onderdeel van Financiële Beheersverordening Gemeente Tilburg 2023

1.. Materiële vaste activa met een meerjarig nut en waarvan de aanschafwaarde minus bijdragen van derden € 25.000 of meer is, worden onder aftrek van die bijdragen van derden geactiveerd. 2.. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de Bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 3.. Afwijkingen van deze richtlijnen (termijnen en methode van afschrijving) moeten vooraf separaat of via de P&C producties aan de raad worden voorgelegd. Wanneer er geen keuzemogelijkheid bestaat dan wordt de afwijking in de eerstvolgende P&C productie gemeld. 4.. Investeringskredieten ten behoeve van activa die over meerdere jaarschijven zijn begroot kunnen, inclusief de eventuele dekking uit reserves, in een eerdere jaarschijf worden ingezet, mits het totale investeringskrediet en de totale begrote onttrekking aan de reserve(s) ten behoeve van het betreffende activum niet worden overschreden. Bij jaarlijks terugkerende investeringskredieten, zoals het meerjarenprogramma openbare ruimte, is het verschuiven gelimiteerd tot maximaal de huidige meerjarenraming (4 jaar vooruit). 5.. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 6.. Een toename van het kapitaallastenbudget als gevolg van nieuwe investeringen wordt behandeld als nieuw beleid. Een toename of afname van het kapitaallastenbudget als gevolg van vervangingsinvesteringen wordt gemeld als herijking, m.u.v. vervangingsinvesteringen die oorspronkelijk met incidentele middelen zijn afgedekt. Deze worden ook behandeld als nieuw beleid. 7.. De kapitaallasten (die samenhangen met investeringskredieten) moeten volledig in de begrotingsramingen zijn opgenomen. 8.. Als bijlage bij de jaarrekening wordt een lijst opgenomen waarin per veld is opgenomen: totaalbedrag van het beschikbare investeringskrediet, de uitgaven over het afgelopen boekjaar, het restantkrediet aan het einde van het boekjaar, de vrijval van investeringskredieten en de over te hevelen investeringskredieten. 9.. Het toerekenen van rente tijdens de realisatieperiode vindt alleen plaats bij materiële vaste activa met economisch nut, waarbij sprake is van (voorgenomen) verhuur van het actief. In deze situatie zijn rentekosten namelijk onderdeel van de kostprijs, die de basis vormt voor de berekening van de kostendekkende huur. Dit is voornamelijk het geval bij nieuwbouw of grootschalige renovatie van gebouwen.

Rechtspraak bij dit artikel