Voor de mate van energiezuinigheid beschouwt het Warmteplan de energieprestatie van de voorziening voor de levering van warmte en koude3Ook koude is integraal onderdeel van het in dit gebied preferente systeem en wordt meegenomen in de gelijkwaardigheid. .. De referentiesituatie (bij aansluiting op het distributienet) wordt dan vergeleken met de alternatieve voorziening. Hierbij worden de volgende primaire energiestromen betrokken:
Opwekking van de warmte voor ruimteverwarming
Opwekking van de warmte voor warmtapwaterbereiding
Opwekking van de koude voor koudelevering
Benodigde elektrische hulpenergie voor pompen en regelingen
Warmteverliezen bij transport en distributie buiten de woning.
De energiezuinigheid van het warmte- en koudesysteem van bron tot en met het leveringspunt voor ruimteverwarming, koude en warm tapwater in de gebouwen. Bepalend hiervoor is het rendement van de opwekking en distributie uitgedrukt in Fpdel.
Naast energiezuinigheid wordt in dit Warmteplan ook een eis gesteld aan de bescherming van het milieu. Effecten die consequenties hebben voor het woon- en leefklimaat zoals schadelijke effecten door geluid en fijnstofemissies mogen in het alternatief niet schadelijker zijn dan het collectieve warmte- koudesysteem. Voorbeelden zijn het voorkomen van te veel geluidsoverlast voor omwonenden door individuele drycoolers en/of warmtepompen of verslechtering van de luchtkwaliteit in het plangebied door toepassing van individuele houtverbrandingsinstallaties (pelletbranders). Voor de bescherming van het milieu beschouwt het Warmteplan:
Emissie van fijnstof
Geluidsbelasting
Artikel 2.3
Elementen: mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu
Onderdeel van Warmteplan Hamerkwartier