Er is sprake van een ‘kennelijk onjuist vastgestelde waarde’ als bedoel in artikel 2, tweede lid, indien de vastgestelde waarde een dermate grote afwijking vertoont van hetgeen bij belanghebbende bekend is te achten met betrekking tot de waarde van de onroerende zaak, dat bij hem niet het vertrouwen kan zijn gewekt dat de vastgestelde waarde juist kan zijn.
Voor de toepassing van artikel 2 is er sprake van een kennelijk onjuist vastgestelde waarde als bedoeld in het eerste lid indien blijkt dat de waarde had behoren te zijn vastgesteld op een bedrag dat tenminste 20 percent met een minimum van € 15.000,- hoger is dan de waarde zoals deze is vastgesteld bij de beschikking die wordt herzien.
In geval belanghebbende een verzoek heeft ingediend tot herziening van de vastgestelde waarde is er in afwijking van het voorgaande lid sprake van een kennelijk onjuiste waarde indien blijkt dat de waarde had behoren te zijn vastgesteld op een bedrag dat tenminste 20 percent met een minimum van € 15.000,- hoger is dan de waarde zoals deze is vastgesteld bij de beschikking die wordt herzien.
Artikel 3.