Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen en rioolheffing die worden geheven van gebruikers van niet-woningen, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:
degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject wordt aangemerkt;
degene die het huurcontract van het belastingobject op naam heeft;
degene die volgens het handelsregister het langst het adres van het belastingobject als vestigingsadres voert;
degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;
degene die bij het team Gegevensbeheer al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;
degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.
Hoofdstuk 2
Artikel 4.