Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Wijze en plaats van aanbieding

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Halderberge

1. Op grond van artikel 10 van de verordening worden de volgende regels over het gebruik van inzamelmiddelen: a. het beheer van de inzamelmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door Saver N.V. en de gemeente, berust bij Saver N.V.; b. de inzameldienst is bevoegd om de minicontainer te voorzien van een chip en/of sticker (waarop bijvoorbeeld staat vermeld: een barcode, de afvalstroom waarvoor deze is bestemd, het volume ervan, een postcode, een plaatsnaam, een straatnaam en/of een huisnummer); c. de door Saver N.V. verstrekte inzamelmiddelen behoren bij de woning; d. de gebruiker van een perceel moet zich tot Saver N.V. wenden bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een inzamelmiddel en indien bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot inzamelmiddel wordt aangetroffen; e. de inzamelmiddelen blijven eigendom van de verstrekker en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden; f. de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom; g. de gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt; h. het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in minicontainers moet ordelijk geschieden door plaatsing van de minicontainer op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, dan wel op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst moeten worden opgevolgd; i. Plaatsing van de minicontainers moet geschieden: i. in de wijken/straten waar de inzameling plaatsvindt door voertuigen met zijbelading met de dekselopening gericht naar de rijweg en op een onderlinge afstand van 30 cm tussen de wielen; ii. in de wijken/straten waar de inzameling plaatsvindt door voertuigen met achterbelading met de handgreep gericht naar de rijweg; j. inzamelmiddelen moeten goed gesloten zijn en er mag geen huishoudelijk afval uitsteken; k. afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de minicontainer zijn achtergebleven moeten onverwijld door de aanbieder uit de minicontainer worden verwijderd; l. het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden minicontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 70 kilogram; m. het is verboden afvalstoffen naast een container te plaatsen; n. in een inzamelmiddel mogen uitsluitend die categorieën afvalstromen ter inzameling worden aangeboden, waarvoor het inzamelmiddel is bestemd; o. grof huishoudelijk afval, grof tuinafval, elektrische en elektronische apparatuur (bruin- en witgoed) wordt op de met de inzameldienst afgesproken dag en tijd op een voor het inzamelmaterieel goed bereikbare plaats bij de woning tegen betaling opgehaald; p. ter voorkoming van maden kunnen in een warme periode vlees- en visresten te worden gedeponeerd in de container die het eerst voor lediging in aanmerking komt. 2. Op grond van artikel 10 van de verordening worden de volgende regels voor het gebruik van een inzamelvoorziening voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel: a. in een inzamelvoorziening mogen uitsluitend die categorieën afvalstromen ter inzameling worden aangeboden, waarvoor de inzamelvoorzieningen zijn bestemd; b. de van gemeentewege verstrekte afvalpas dient om de hiervoor aangegeven inzamelvoorziening(en) te openen; c. de gebruiker van een perceel, aan wiens perceel een inzamelvoorziening is aangewezen, zorgt ervoor dat de inwerpopening van de verzamelcontainer weer wordt gesloten nadat het afval is ingebracht; d. de afvalstoffen mogen in geen geval de vulopening of klep blokkeren, zodat iedere volgende aanbieder op normale wijze gebruik kan maken van de voorziening; e. het is verboden afvalstoffen naast de inzamelvoorziening te plaatsen; f. bij het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij de inzamelvoorziening wordt de omgeving niet verontreinigd en wordt gevaar of schade voorkomen. 3. Op grond van artikel 10 van de verordening worden de volgende regels voor het gebruik van een inzamelvoorziening op wijkniveau vastgesteld: a. in een inzamelvoorziening mogen uitsluitend die categorieën afvalstromen ter inzameling worden aangeboden, waarvoor de inzamelvoorzieningen zijn bestemd; b. glas moet in de daarvoor bestemde glascontainers op blank en kleur gescheiden te worden gedeponeerd; c. textiel moet in een gesloten plastic zak te worden gedeponeerd in de daarvoor bestemde textielcontainers; d. de afvalstoffen mogen in geen geval de vulopening of klep blokkeren, zodat iedere volgende aanbieder op normale wijze gebruik kan maken van de voorziening; e. het is verboden afvalstoffen naast de inzamelvoorziening te plaatsten; f. bij het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij de inzamelvoorziening wordt de omgeving niet verontreinigd en wordt gevaar of schade voorkomen. 4. Op grond van artikel 10 van de verordening worden de volgende regels voor het gebruik van het brengdepot vastgesteld: a. voor de inzameling van klein gevaarlijk afval zoals vermeld op de KCA-lijst moet gebruik worden gemaakt van het grondstoffencentrum; b. bij de afgifte van afvalstoffen op het grondstoffencentrum zijn acceptatievoorwaarden van toepassing; c. de ontdoener van afvalstoffen moet zich bij het grondstoffencentrum kunnen legitimeren.

Rechtspraak bij dit artikel