Het college kan ambtshalve een monument aanwijzen als gemeentelijk monument, indien het een monument betreft dat vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde kan worden aangemerkt als een plaatselijk of regionaal monument van de Nederlandse architectuur, stedenbouw, landinrichting, bouwtechniek of ruimtegebonden kunst en vanwege zijn hoge zeldzaamheid een onmiskenbare aanvulling vormt op de gemeentelijke monumenten. Bouwwerken, die zijn vervaardigd vóór 1 januari 1940, komen niet in aanmerking om aangewezen te worden als gemeentelijk monument.
Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie.
De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Limburg.
Hoofdstuk
Artikel 3