Naar hoofdinhoud

Artikel 6:

Afwijzings- en beëindiginggronden

Onderdeel van Beleidsregels Schulddienstverlening 2023

1.. Wanneer de cliënt niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt, zoals neergelegd in artikel 5, leden 1 en 2, kan het college besluiten om de schulddienstverlening af te wijzen dan wel te beëindigen. 2.. Alvorens ingevolge lid 1 te besluiten tot afwijzing dan wel beëindiging, wordt de cliënt indien mogelijk een redelijke termijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of de gevraagde informatie te verstrekken. 3.. Een aanvraag schulddienstverlening kan worden afgewezen, wanneer minder dan één jaar voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag is ingediend: de cliënt de verplichtingen uit artikel 5 niet of onvoldoende is nagekomen; of een traject van Stabilisatie of Budgetbeheer tussentijds door toedoen van de cliënt is beëindigd. 4.. Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van schulddienstverlening in één van de volgende situaties: het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond; de cliënt in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden schulddienstverlening, gelet op persoonlijke omstandigheden van de cliënt, niet (langer) passend is; de cliënt niet langer voldoet aan artikel 2; de schulddienstverlening op grond van onjuiste gegevens aan de cliënt is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college er een ander besluit zou zijn genomen; de cliënt zijn afloscapaciteit niet wil gebruiken voor het aflossen van schulden; de cliënt zich misdraagt ten opzichte van medewerkers, die belast zijn met werkzaamheden die voortkomen uit het schulddienstverleningstraject; de schulddienstverlening niet langer noodzakelijk wordt geacht; de cliënt verzoekt om beëindiging van het traject; de cliënt is overleden; de cliënt in staat van faillissement verkeert; er sprake is van onder bewindstelling of onder curatelestelling van de vermogensrechtelijke bestandsdelen van de cliënt; de cliënt zijn schuldeisers verwijtbaar benadeelt tijdens het traject.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel