Naar hoofdinhoud

Artikel 8:

Fraude

Onderdeel van Beleidsregels Schulddienstverlening 2023

1.. Een verzoek tot schulddienstverlening kan worden afgewezen, wanneer de cliënt een openstaande fraudevordering bij een bestuursorgaan op zijn naam heeft staan en voor zover het verzoek niet gaat om Informatie & Advies, Preventie en Budgetbeheer. Verzoeken tot andere vormen van schulddienstverlening worden geweigerd door het college, als sprake is van opzet of grove schuld (strafrechtelijke veroordeling of boete van 100% of 75% van het benadelingsbedrag) en de schulddienstverlening zou leiden tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de fraudeschuld. zie art 60c Pw. Het gaat hier om fraude die financiële benadeling van een bestuursorgaan (gemeente en/of belastingdienst) tot gevolg heeft gehad en waarvoor de cliënt onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. 2.. Lid 1 van dit artikel geldt enkel voor de eerste vijf jaren na de ontdekkingsdatum van de fraude. Wanneer de ontdekkingsdatum niet vast te stellen is, wordt de datum van de veroordeling of het opleggen van de sanctie gehanteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel