Naar hoofdinhoud
indien het burgerinitiatief geldig is wordt het voorstel door de griffier op de agenda van het eerstkomende presidiumoverleg geplaatst voor bepaling van de te volgen procedure voor behandeling; indien uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 2, lid 2 verschuift zonodig de termijn voor plaatsing van het burgerinitiatief op de agenda van het presidium dienovereenkomstig; het presidium besluit voor welke vergadering het burgerinitiatief voor behandeling en besluitvorming op de agenda van de raad wordt geplaatst; het presidium kan – alvorens te besluiten het burgerinitiatief op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen als bedoeld in het 3e lid – het burgerinitiatief voor advies en binnen een daarbij te bepalen termijn voorleggen aan de meest aangewezen commissie; de voorzitter van de commissie, als bedoeld in lid 4, stelt de initiatiefnemer in de gelegenheid het burgerinitiatief in de vergadering van de commissie toe te lichten, eventuele vragen te beantwoorden en nodigt hem daartoe schriftelijk uit; het presidium kan – alvorens te besluiten het burgerinitiatief op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen als bedoeld in het 3e lid – het burgerinitiatief voor advies en binnen een daarbij te bepalen termijn voorleggen aan het college; binnen twaalf weken na kennisgeving van de geldigheid van het burgerinitiatief vindt beraadslaging en besluitvorming over het burgerinitiatief plaats door de raad; deze termijn kan ten hoogste eenmaal met vier weken worden verlengd; indien het burgerinitiatief wordt ingediend in de maanden juli en augustus wordt de eerste termijn in lid 7 verlengd met vier weken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel