Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: Aanvangshuurprijs: de huurprijs per maand bij de start van de huurovereenkomst; College: het college van burgemeester en wethouders; DAEB-inkomensgrens: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; Eigenaar: diegene die bevoegd is tot het in gebruik geven van dan wel het treffen van voorzieningen aan een gebouw of gedeelte daarvan; Gebruiksoppervlakte: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580, hierna te noemen GBO, is de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik. Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en een duurzaam gezamenlijke huishouding voeren; Huurprijs: de prijs die bij huur per maand is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, exclusief eventueel bijkomende kosten voor bijvoorbeeld gas, water, elektra, servicekosten en administratiekosten. Huishoudinkomen: Uitgangspunt is het verzamelinkomen in het berekeningsjaar op basis van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001), of wanneer bij betrokkene geen inkomstenbelasting wordt geheven, het belastbare loon volgens de Wet op de loonbelasting 1964; Liberalisatiegrens: de maximale prijs die bij huur per maand is verschuldigd voor een sociale huurwoning, zoals bedoeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag; Middeldure huurwoning: geliberaliseerde woningen voor middenhuur als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder j van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); Servicekosten: kosten voor het in bedrijf zijn van lift-, ventilatie-, hydrofoor- en alarminstallaties, en van verlichting van door de huurder met anderen gemeenschappelijk gebruikte ruimten; schoonmaakkosten van de lift en andere gemeenschappelijke ruimten; de kosten voor de diensten van een huismeester; kapitaals- en onderhoudskosten van dienstruimten en gemeenschappelijke recreatieruimten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel