Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Voorschriften en beperkingen

Onderdeel van Nadere regels deelvoertuigen 2023

Het college verbindt in ieder geval de volgende voorschriften en beperkingen aan een vergunning; Aanbod en gebruik 1.. De vergunninghouder zorgt ervoor dat er over een periode van drie maanden gemiddeld 90% van de in de openbare ruimte geplaatste voertuigen in gebruik of te gebruiken zijn’. 2.. Het gemiddeld gebruik moet over een periode van drie maanden minimaal 1,0 rit per voertuig per dag zijn. 3.. Het binnen de gemeente verplaatsen van deelvoertuigen en/of onderdelen van deelvoertuigen is emissieloos. Voorkomen overlast 4.. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het correct stallen van deelvoertuigen en verplaatst hinderlijk of foutief gestalde voertuigen binnen 24 uur. 5.. De vergunninghouder verplicht gebruikers een foto te maken van het geparkeerde voertuig voordat deze de rit kan afsluiten om te kunnen controleren of het voertuig hinderlijk of foutief gestald staat. 6.. De vergunninghouder maakt gebruik van het ‘three strikes you’re out’ principe waarbij een gebruiker na een eerste overtreding een waarschuwing krijgt, bij een tweede overtreding een boete en bij een derde overtreding wordt geroyeerd van het systeem. 7.. De vergunninghouder heeft één vast aanspreekpunt voor de gemeente die bevoegd is namens de aanbieder afspraken te maken en die telefonisch en per e-mail bereikbaar is op maandag tot en met vrijdag van 8:00 uur tot 18:00 uur CET (nationale feestdagen uitgezonderd). Aanspreekpunt is in staat om zo snel mogelijk te handelen bij spoedgevallen. 8.. De vergunninghouder is online, per mail en/of telefonisch bereikbaar voor klachten en vragen van gebruikers en inwoners. 9.. De vergunninghouder zorgt ervoor dat klachten en meldingen binnen 24 uur in behandeling worden genomen en binnen twee weken een terugkoppeling wordt gestuurd naar de klager en/of de melder. 10.. De vergunninghouder houdt een klachten- en meldingenregister bij met de omschrijving van de klacht of melding en de opvolging hiervan. Servicegebied en deelmobiliteithubs 11.. De vergunninghouder neemt gebod- en verbodszones zoals voorgeschreven door de gemeente over in het servicegebied. 12.. De vergunninghouder moet het servicegebied binnen twee werkdagen aanpassen op wens van de gemeente. 13.. In gebieden waar deelmobiliteithubs zijn gerealiseerd is het free floating systeem niet toegestaan en dienen de deelvoertuigen in de deelmobiliteithubs gestald worden. Deelvoertuigen die in deze gebieden niet in de deelmobiliteithubs gestald zijn, worden beschouwd als hinderlijk of foutief gestalde voertuigen. 14.. De vergunninghouder neemt alle binnen de gemeente gerealiseerde deelmobiliteithubs op in het servicegebied. Data en MaaS 15.. (Geanonimiseerde) data van tenminste voertuigtype, voertuig-id, beginlocatie, begintijdstip, eindlocatie en eindtijdstip van ritten en parkeeracties wordt aangeleverd bij het landelijke dashboard deelmobiliteit. 16.. De vergunninghouder is MaaS-waardig en kan binnen drie maanden volledig geïntegreerd worden in een door de gemeente aangewezen MaaS-applicatie. Dit gaat om maximaal twee MAAS-applicaties per jaar, waarvan niet meer dan één op hetzelfde moment. 17.. Vergunninghouder werkt mee aan jaarlijkse gebruikersonderzoeken door de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel