Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.

Artikel 3.12.

Vaststelling vermogen bij wijziging leefvorm

Onderdeel van Beleidsregels Inkomensondersteuning gemeente Oldebroek 2023

Wanneer tijdens de periode van bijstandsverlening de gezinssamenstelling van een inwoner wijzigt, dan kan dit tevens gevolgen hebben voor het vermogen. De wijze waarop bij wijzigingen in de gezinssamenstelling het vermogen en het restant vrij te laten vermogen vastgesteld moet worden, is niet in de Participatiewet geregeld. Onderstaande richtlijn geeft aan hoe wordt omgegaan met de vaststelling van het vermogen en de vermogensgrens bij een wijziging van de gezinssituatie: Van alleenstaande naar gezin: Het grensbedrag van de maximale vermogensvrijlating wordt vanaf de wijzigingsdatum opgetrokken naar het grensbedrag van een gezin. Het feitelijke positieve vermogen van de nieuwe partner bij aanvang van de samenwoning wordt als vermogenstoeval (vermogenstoename) bij het reeds vastgestelde vermogen van de ander op geboekt. Van alleenstaande ouder naar gezin: Het grensbedrag van de maximale vermogensvrijlating verandert niet. Het feitelijke positieve vermogen van de nieuwe partner bij aanvang van de samenwoning wordt als vermogenstoeval op geboekt. Als de nieuwe partner ook een bijstandsuitkering heeft, dan wordt niet het feitelijke vermogen meegenomen, maar worden de gegevens over het laatst vastgestelde vermogen van de nieuwe partner, samengevoegd bij het laatst vastgestelde vermogen van de voorheen alleenstaande ouder. Van alleenstaande naar alleenstaande ouder: Het grensbedrag van de maximale vermogensvrijlating wordt vanaf de wijzigingsdatum opgetrokken naar het hoge bedrag. Bij een geboorte hoeft geen nader vermogensonderzoek gedaan te worden. Van gezin naar alleenstaande: Het grensbedrag van de maximale vermogensvrijlating wordt vanaf de wijzigingsdatum verlaagd naar het grensbedrag voor een alleenstaande. Het laatst vastgestelde vermogen van de partners tezamen wordt naar rato verdeeld tussen beide partners. Van gezin naar alleenstaande ouder: Het grensbedrag van de maximale vrijlating blijft gehandhaafd. Het laatst vastgestelde vermogen van de partners tezamen wordt naar rato verdeeld tussen beide partners. Van alleenstaande ouder naar alleenstaande: Het grensbedrag van de maximale vermogensvrijlating wordt vanaf de wijzigingsdatum verlaagd naar het grensbedrag voor een alleenstaande. Als het eerder vastgestelde vermogen van de ouder hoger is dan het grensbedrag voor een alleenstaande, dan wordt geen verplichte intering van het vermogen opgelegd, aangezien er geen sprake is van een feitelijke vermogenstoename op dat moment (eens vrijgelaten blijft vrijgelaten). Houdt bij de vaststelling van het vermogen wel rekening met het volgende: De hoogte van de vermogensgrens is gelijk aan de actuele vermogensgrens die geldt voor de nieuwe leefvorm van belanghebbende. Bij de vaststelling van het vermogen dient wel een aftrek plaats te vinden in verband met spaargelden opgebouwd tijdens de bijstandsperiode. Vermogen bij co-ouderschap: Wanneer sprake is van co-ouderschap, waarbij beide ouders elk voor een per individueel geval bepaald deel van de week het ouderlijk gezag over de kinderen tot 18 jaar uitoefenen, wordt de vermogensvrijlating uit artikel 34 lid 3 sub b Participatiewet toegerekend aan de ouder bij wie het kind volgens het BRP staat ingeschreven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel