Bij het vaststellen van het vermogen wordt geen rekening gehouden met algemeen gebruikelijke bezittingen.
Onder algemeen gebruikelijke bezittingen wordt verstaan:
gebruikelijke huisraad en inboedel;
de waarde van de auto(’s), 45 km wagens en motoren tot een bedrag van in totaal € 5.000,00;
de waarde van de scooters, brommers, elektrische fietsen tot een bedrag van in totaal € 2.500,00.
Een auto wordt niet meegenomen in de vermogensvaststelling als de auto ouder is dan 10 jaar. Aangenomen wordt dat de waarde op dat moment nihil is. Hiervan kan worden afgeweken als er aantoonbare verschillen zijn en de auto naar verwachting nog over een redelijke waarde beschikt. De waarde wordt dan vastgesteld volgens de richtlijn zoals genoemd onder 3.2.d
Voor de waardebepaling wordt uit gegaan van de gemiddelde prijs op Independer.
Indien de gezamenlijke waarde van de bezittingen, genoemd onder 3.2.b, meer bedraagt dan € 5.000,00 dient de meerwaarde meegenomen te worden in de vermogensvaststelling;
De waarde van de brommers, scooters en elektrische fietsen worden vastgesteld aan de hand van de aankoopbewijzen, leeftijd, opgegeven onderhoudstoestand en navraag bij een erkende dealer.
Wanneer voorzienbaar was dat een inwoner een beroep op bijstand zou moeten doen en hij in de drie maanden voorafgaand aan de bijstandsaanvraag nog een auto, motor, scooter, brommer, 45 km wagen of een elektrische fiets heeft aangeschaft wordt de waarde van het voertuig wel volledig tot het vermogen gerekend;
Indien een van de bovenstaande goederen tijdens de bijstand aan een inwoner wordt geschonken gelden de regels van het verkrijgen van een gift als bedoeld in artikel 2.1.3.
Indien vervoer noodzakelijk is vanwege een beperking, wordt de waarde van een aangepast voertuig vrijgelaten.
Hoofdstuk › Paragraaf 3.
Artikel 3.2.
Algemeen gebruikelijke bezittingen
Onderdeel van Beleidsregels Inkomensondersteuning gemeente Oldebroek 2023