Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Werkwijze en uitgangspunten van de brede ondersteuning

Onderdeel van Beleidsregels brede ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire

Het steunpunt brede ondersteuning Meierijstad hanteert de volgende werkwijze bij start brede ondersteuning: Het steunpunt neemt binnen twee werkdagen telefonisch contact op met (mogelijk) gedupeerde ouders en ex-toeslagpartners nadat de Belastingdienst gegevens heeft gedeeld met het college. Erkend gedupeerde kinderen dienen zelf contact op te nemen met het steunpunt omdat deze gegevens niet gedeeld worden met het college. De gemeente zet erop in deze kinderen te bereiken. Het steunpunt ondersteunt uitsluitend ouders, kinderen en ex-toeslagpartners die zelf hulp wensen. De ouder/het kind/de ex-toeslagpartner krijgt een consulent brede ondersteuning als vaste contactpersoon. De hulpvraag wordt tijdens een of meerdere gesprekken geïnventariseerd, dit wordt tevens gezien als de aanvraag tot brede ondersteuning. Het streven is binnen 3 weken na het eerste contact een eerste gesprek plaats te laten vinden. Samen met de ouder/het kind/de ex-toeslagpartner wordt na een of meerdere gesprekken een plan van aanpak opgesteld met doelen op de vijf leefgebieden financiën, wonen, zorg, gezin en werk. Brede ondersteuning wordt uitsluitend verleend vanuit dit plan van aanpak. Het plan van aanpak is tevens de beschikking en wordt binnen 4 weken na het eerste gesprek schriftelijk verstrekt aan de (mogelijk) gedupeerde. Ondertekening van het plan van aanpak is noodzakelijk. Het college maakt bij het bepalen van de inzet van de brede ondersteuning gebruik van de volgende uitgangspunten: Op basis van de gesprekken bepaalt het college vanuit ruimhartigheid welke ondersteuning passend is. Brede ondersteuning wordt geboden op basis van de gestelde Rijksbrede doelen op de vijf leefgebieden: Wonen: veilige en betaalbare plek om te wonen; Financiën: in staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren; Gezin: samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarbinnen kinderen zich kunnen ontwikkelen; Zorg: welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid; Werk: duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces en met minimaal de beschikking over een startkwalificatie. Er kan aanvullend op ondersteuning een vergoeding voor goederen verstrekt worden, mits dit een bijdrage levert aan de te behalen doelen en gemotiveerd is opgenomen in het plan van aanpak. Het recht op brede ondersteuning staat niet gelijk aan het recht op een vergoeding. Indien een vergoeding voor goederen verstrekt wordt, bepaalt het college de hoogte van het bedrag op basis van het advies van het Nibud. In gevallen waar het Nibudadvies niet toereikend is, wordt uitgegaan van een gemiddelde prijs. Deze vergoedingen wordt eenmalig verstrekt. Het college vergoedt geen kosten waar een andere voorliggende voorziening voor beschikbaar is. Het ontvangen compensatiebedrag of de tegemoetkoming van het UHT wordt niet gebruikt bij de afweging om ondersteuning in te zetten. Het compensatiebedrag is een schadevergoeding en niet bedoeld voor herstel. De noodzaak en vorm van de ondersteuning wordt namens het college vastgesteld door een beoordelingscommissie, rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten en de zelfstandigheid, het netwerk en de lichamelijke en psychische gesteldheid van de gedupeerde. Deze ondersteuning is te allen tijde maatwerk en kan niet met anderen vergeleken worden. De ondersteuning vindt plaats op basis van vertrouwen. Er kan verzocht worden om aanvullende bewijsstukken om te kunnen beoordelen of de in te zetten ondersteuning bijdraagt aan herstel en het maken van een nieuwe start. Het steunpunt organiseert en faciliteert op verzoek van de gedupeerde driegesprekken tussen de ouder, het steunpunt en het UHT. Het steunpunt organiseert en faciliteert indien gewenst en bij voldoende belangstelling lotgenotencontact.

Rechtspraak bij dit artikel