Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9. › Paragraaf 9.3.

Artikel 9.3.9.

Hoogte van een PGB voor een materiële voorziening

Onderdeel van Nadere regels en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning De Bilt 2023

Bij het bepalen van wat de voorziening in natura gekost zou hebben, wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate voorziening, zoals de gemeente die had kunnen inkopen. Als de inwoner liever een duurdere uitvoering van een materiele voorziening wil dan de gemeente op basis van “goedkoopst adequaat” zal verstrekken, dan kan dat via het PGB. De inwoner krijgt het PGB op basis van de goedkoopst adequate voorziening en betaalt de rest zelf bij. De risico’s die deze keuze met zich meebrengt, zijn voor de inwoner. Wanneer met het pgb een hulpmiddel wordt aangeschaft, omvat het pgb een bedrag voor een eventuele verzekering zoals vastgelegd in het budgetplan. Daarnaast is het budget voor onderhoud en reparaties, in geval van elektrische voorzieningen 6% van de hoogte van het pgb per jaar, en voor niet-elektrische voorzieningen 2%. Deze kosten worden vergoed op declaratiebasis en zijn gemaximeerd tot aan het aantal jaar van de afschrijvingstermijn. Als er garantie wordt geboden op de te kopen voorziening, wordt er het 1e jaar geen bedrag gereserveerd voor onderhoud en reparatie.

Rechtspraak bij dit artikel