Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 5.1

Regels pgb

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2024

1.. Een pgb kan worden aangevraagd door middel van een aanvraag zoals beschreven in artikel 2.5, aangevuld met een door de jeugdige en/of zijn ouder(s) ondertekend budgetplan. 2.. Het college verstrekt een pgb, in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet, indien de jeugdige naar het oordeel van het college voldoet aan de criteria voor een individuele voorziening zoals genoemd in artikel 4.1 van deze verordening. 3.. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; kosten voor de functie vervoer, tenzij de jeugdige geen gebruik kan maken van collectief vervoer; kosten gemaakt in het buitenland, tenzij het college hier vooraf expliciet toestemming voor verleent; kosten die gemaakt zijn voor de melding van de hulpvraag; kosten die gemaakt zijn na de melding van de hulpvraag, maar voordat het college heeft beslist op de aanvraag, tenzij het college de jeugdige en/of zijn ouder(s) schriftelijk toestemming heeft verleend; kosten voor crisisopvang, pleegzorg en gesloten jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 1.3, tweede lid van deze verordening. 4.. De jeugdige en/of zijn ouder(s) aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk onder de hiernavolgende voorwaarden: dat het inhuren van personen uit het sociaal netwerk naar oordeel van het college leidt tot effectievere en doelmatigere hulp dan de inzet van gekwalificeerde jeugdhulp; dat deze persoon veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte zorg verleent; dat deze persoon geen voorbehouden handelingen of handelingen verricht die op grond van de norm van verantwoorde werktoedeling aan een geregistreerd professional is voorbehouden; dat deze persoon niet meer dan 36 uur per week deze jeugdhulp levert; dat deze persoon heeft aangegeven dat de hulp aan de jeugdige en zijn ouder(s) voor hem niet tot overbelasting leidt, en dat deze persoon enkel jeugdhulp in de vorm van begeleiding of verzorging biedt. 5.. De kwaliteitseisen die gelden voor de door het college gecontracteerde jeugdhulpaanbieders en jeugdhulpverleners zijn ook van toepassing op de jeugdhulpaanbieders die hulp leveren op basis van een pgb. 6.. Voor jeugdhulpverleners en gekwalificeerde jeugdhulpaanbieders die worden ingezet middels een pgb gelden de volgende criteria: De jeugdhulpverlener beschikt over de juiste kwalificaties voor het verlenen van jeugdhulp, waaronder in ieder geval een registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd wordt verstaan; De jeugdhulpverlener is in het bezit van een geldige Verklaring Omtrent gedrag; De jeugdhulpverlener is aangesloten bij een beroepsvereniging en volgt beroepsmatige bijscholing; De jeugdhulpverlener is aangesloten bij een intervisie- of supervisiegroep. 7.. De kwaliteitseisen als bedoeld in het vijfde lid en de criteria als bedoeld in het zesde lid zijn niet van toepassing op personen uit het sociaal netwerk, tenzij het een Verklaring Omtrent Gedrag betreft als bedoeld in artikel 4.1.6 van de wet. 8.. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel