De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) strekt tot het verbeteren van de bouwkwaliteit door het versterken van de privaatrechtelijke positie van de gebruiker van een bouwwerk. Binnen het nieuwe stelsel is de aanvrager van de omgevingsvergunning als eerste verantwoordelijk om aan te tonen dat het bouwwerk voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. Het bevoegd gezag heeft bij het toetsen van de aanvraag niet meer in alle gevallen een inhoudelijke rol met betrekking tot de bouwtechnische voorschriften en zal in die gevallen daarom niet meer toetsen of het aannemelijk is dat het bouwwerk hieraan voldoet. Het bevoegd gezag toetst nog wel aan welstand, ruimtelijke ordening en omgevingsveiligheid en blijft hier ook toezicht op houden.
De Wkb gaat in eerste instantie alleen gelden voor nieuwbouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen. Hierbij kan worden gedacht aan de nieuwbouw van eenvoudige bouwprojecten zoals eengezinswoningen en bedrijfspanden. De toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf en het toezicht tijdens de bouw door de gemeente wordt vervangen door toetsing en toezicht door kwaliteitsborgers op het bouwwerk zoals dat wordt gebouwd. De kwaliteitsborger is (privaatrechtelijk) verantwoordelijk is voor het oplossen van afwijkingen maar heeft geen bevoegdheid om handhavend op te treden. Dat blijft een taak van de gemeente.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.3
Artikel 1.3.3
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Onderdeel van VTH-Beleidsnota 2023-2026