Met de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen komt er een verandering in de manier van werken. De verantwoordelijkheid voor de leefomgeving wordt een (nog) meer gedeelde verantwoordelijkheid. Daarnaast zijn de inwoners en ondernemers steeds beter geïnformeerd en zien we meer betrokkenheid bij hen.
Daarnaast betekent dit voor de medewerkers die zich bezighouden met VTH-gerelateerde taken dat zij meer zorgen voor afstemming in het voortraject met aanvragers/ontwikkelaars/inwoners zodat omwonenden/wijkbewoners meer betrokken worden bij (grote) ontwikkelingen in hun buurt. Het participatiebeleid levert hieraan een grote bijdrage. Voor alle plannen die strijdig zijn met het bestemmingsplan/omgevingsplan moet een participatietraject worden gevolgd.
Met de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) wordt het Bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 bouwwerken primair belegd bij private kwaliteitsborgers. De Wkb zal eerst alleen gelden voor nieuwbouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen. Renovatie- of verbouwprojecten worden bij de invoering van de Wkb vooralsnog uitgesloten van de toepassing van de Wkb en vallen pas later (zes maanden na inwerkingtreding) onder gevolgklasse 1.
De gevolgklasse 1 is van toepassing op eenvoudige bouwprojecten zoals de bouw van eengezinswoningen en bedrijfspanden. De toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt vervangen door toetsing en toezicht door kwaliteitsborgers op het bouwwerk zoals dat wordt gebouwd. De kwaliteitsborger is (privaatrechtelijk) verantwoordelijk is voor het oplossen van afwijkingen maar heeft geen bevoegdheid om handhavend op te treden. Als de kwaliteitsborger aangeeft dat er onderdelen niet voldoen aan de wet- en regelgeving kan de gemeente handhavend optreden. Dit geeft een rolverandering van toezicht vooraf en tijdens de bouw naar handhaving achteraf indien nodig.
In het VTH-beleid leggen we vast dat we onder de Wkb volgens een bepaalde prioritering gaan werken. Uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en het gebruik van een bouwwerk ligt bij de burger of ondernemer. De gemeente beziet of die verantwoordelijkheid (voldoende) wordt genomen en onderneemt alleen acties op basis van ingeschat risico en wettelijke voorschriften om daarmee om de grootste risico’s te beperken. Bij risico's die betrekking hebben op de (persoonlijke) veiligheid, zoals constructieve veiligheid of brandveiligheid, gaat de gemeente optreden. Kleinere risico’s worden, zoals landelijk afgesproken, geaccepteerd. Bij deze wijze van geprioriteerd werken wordt gebruik gemaakt van de Landelijke toetsmatrix Bouwbesluit.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.3
Investeren in de veranderende rol
Onderdeel van VTH-Beleidsnota 2023-2026