De van toepassing zijnde artikelen van de Wabo op dit beleid:
artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo;
artikel 2.10, eerste lid, onder c, en tweede lid, van de Wabo;
artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2o, van de Wabo.
artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo
In dit artikel is bepaald dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan of beheersverordening te gebruiken. Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan moet hier in ruime zin worden uitgelegd. Het begrip ‘gebruiken’ heeft niet alleen betrekking op het gebruik van gronden of bouwwerken, maar ook op het bouwen en slopen van bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.
artikel 2.10, eerste lid, onder c, en tweede lid, van de Wabo
Op grond van artikel 2.10, eerste lid onder c van de Wabo moeten aanvragen voor bouwactiviteiten (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo) getoetst worden aan de geldende planologische regelgeving. Wanneer het bouwplan in strijd is met die planologische regelgeving, levert dat op zichzelf niet direct een weigeringsgrond op. In dat geval moet de bouwactiviteit tevens worden aangemerkt als een aanvraag voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo en wordt de vergunning slechts geweigerd als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is. Dit is neergelegd in artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo.
Artikel 2.10 (en 2.7) van de Wabo is op 25 april 2013 gewijzigd. Deze wijziging van artikel 2.10 (en 2.7) van de Wabo draagt bij aan een verdere flexibiliteit in de vergunningverlening. Met deze wijziging is het mogelijk gemaakt om voorafgaand en los van de activiteit bouwen een omgevingsvergunning aan te vragen voor de activiteit strijdig gebruik. Hierdoor is het mogelijk geworden om eerst het oordeel van het college van B&W te vragen over de wenselijkheid en aanvaardbaarheid van het verlenen van een afwijking van het bestemmingsplan zonder dat er al volledig uitgewerkte bouwtekeningen en berekeningen ingediend hoeven te worden. Deze losse aanvraag voor de activiteit strijdig gebruik moet wel betrekking hebben op een concreet bouwplan. Als de aanvraag voor de activiteit bouwen afwijkt van de verleende omgevingsvergunning voor de activiteit strijdig gebruik, dan moet een nieuwe omgevingsvergunning voor de activiteit strijdig gebruik verleend worden.
artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2o, van de Wabo
Dit artikel geeft de mogelijkheid om afwijkingen toe te staan van de regeling uit een bestemmingsplan. Wanneer een aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo, dus het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan of de beheersverordening, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend in de bij AMvB, te weten het Bor, aangewezen gevallen.