Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.1

Toelichting

Onderdeel van Beleid planologische afwijkingen

In dit beleid zijn regels opgesteld die tot doel hebben om bij concrete verzoeken om planologische afwijking een afwegingskader te bieden waarmee snel een oordeel over de wenselijkheid en aanvaardbaarheid van medewerking kan worden gegeven. Het college van B&W handelt in overeenstemming met deze beleidsregels en derden moeten hierop kunnen vertrouwen. In artikel 4:84 van de Awb wordt gesproken over het gegeven dat het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregels. Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn die voor één of meer belanghebbenden gevolgen hebben die wegens die bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. De tweede zinsnede van artikel 4:84 van de Awb ziet hierop toe. Deze onevenredige gevolgen moeten tot een zodanige hardheid leiden dat toepassing van de beleidsregel opzij moet kunnen worden gezet. Er zal moeten worden gemotiveerd waarom afwijking van dit beleid noodzakelijk is. Hierbij is het belangrijk dat er geen redelijke alternatieven zijn om te voorkomen dat van dit beleid wordt afgeweken. De ruimtelijke consequenties moeten beperkt blijven en er mag geen vrees bestaan dat er een (ongewenste) precedentwerking ontstaat. Het gaat bij de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 Awb om (categorieën van) gevallen die wel genoemd zijn in dit beleid. Voor (categorieën van) gevallen die niet genoemd zijn in dit beleid maar wel binnen de reikwijdte van Bor Bijlage II artikel 4 vallen, geldt dat een individuele afweging wordt gemaakt, zie paragraaf 3.2 en hoofdstuk 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel