Het betreft een voor de omgeving niet-ingrijpende ontwikkeling.
Er dient te zijn aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, waarbij in ieder geval is gekeken of sprake is van belemmeringen ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat, bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en opstallen, stedenbouw, landschappelijke inpasbaarheid, verkeer, parkeren en milieu.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.2
Voorwaarden
Onderdeel van Beleid planologische afwijkingen