Van een niet-ingrijpende ontwikkeling, een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
4.5.3.1Dakkapellen
Dakkapellen in hoofdgebouwen zijn toegestaan, mits:
de breedte van dakkapellen in de dakvlakken aan de voorgevel en de naar de openbare weg gekeerde zijgevels per dakvlak niet meer dan de helft van de breedte van de desbetreffende dakvlakken ter hoogte van de bovenkant van de dakkapel bedraagt;
gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,5 m;
onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet;
zijkanten meer dan 0,9 m van de zijkanten van het dakvlak;
bij meerdere dakkapellen deze uitsluitend in één horizontale lijn worden geplaatst;
niet op:
een woonwagen,
een gebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan is bepaald dat het slechts voor een bepaalde periode in stand mag worden gehouden, of
een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf door één huishouden.
4.5.3.2Dakopbouwen
Dakopbouwen zijn toegestaan, mits:
het een aanvraag betreft voor een twee onder één kapwoning van het type waarbij voor de andere aaneengebouwde woning in het verleden met vergunning, in het dakvlak van het hoofdgebouw reeds een dakopbouw is gerealiseerd;
de dakopbouw aan de achterzijde, niet zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt gebouwd;
de dakopbouw qua afmetingen en vormgeving gelijk is aan de naburige reeds geplaatste dakopbouw;
4.5.3.3Isoleren van een gebouw
Uitbreiding van een gebouw ten behoeve van voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw is toegestaan, mits:
bouwgrenzen niet meer dan 0,3 m worden overschreden;
maximale goot- en bouwhoogten niet meer dan 0,5 m worden overschreden;
het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast.
4.5.3.4Uitzondering beschermd dorpsgezicht
In afwijking van artikel 4.5.3 is geen sprake van een rechtstreeks toelaatbare niet-ingrijpende ontwikkeling indien sprake is van een beschermd dorpsgezicht. Per concreet geval zal worden beoordeeld of de omgevingsvergunning ook daadwerkelijk wordt verleend. Hiervoor wordt advies gevraagd aan de monumentencommissie. Deze toetst de aanvraag aan het aanwijzingsbesluit beschermd dorpsgezicht. Indien het advies positief is kan de omgevingsvergunning verleend worden.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.5
Artikel 4.5.3
Rechtstreeks toelaatbaar
Onderdeel van Beleid planologische afwijkingen