De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden;
die door de 'Stichting Hulphond Nederland' als gehandicaptenhond aan
een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld;
die zijn getraind om doven en slechthorenden ten dienste te
zijn;
die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onder c,
van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in
het centraal register bedoeld in artikel
5, tweede lid, van genoemd besluit;
die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden
gehouden in een
bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Honden- en
kattenbe-sluit
1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in
artikel 5,
tweede lid, van genoemd besluit;
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de
moederhond worden gehouden;
door ambtenaren van de overheidsinstellingen gehouden ter
verrichting van
opsporingsdiensten:
die overeenkomstig de Regeling politiehonden van 4 april 2006
eigendom zijn van een regio of de Staat en die onder toezicht staan
van een geleider die beschikt over een geldig certificaat dat is
afgegeven op naam van de combinatie van de geleider en de
desbetreffende hond.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2011