Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.5

Artikel 2.5.2

Voorbereidingskredieten

Onderdeel van Nota Investerings- en afschrijvingsbeleid 2023

Een bijzondere vorm van investeringen zijn investeringen, waarbij het op voorhand nog niet vaststaat of deze daadwerkelijk tot staan gaan komen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kosten voor onderzoek en ontwikkelingen en bij voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van een grote investering. Het is mogelijk voor dergelijke investeringen een voorbereidingskrediet aan te vragen. Daarbij moet op grond van het BBV aan de volgende voorwaarden worden voldaan: Er moet een voornemen bestaan om het actief te gebruiken of te verkopen; De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien moet vaststaan; Het actief moet in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereren; De uitgaven die aan het actief toe te rekenen zijn, moeten betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Gedurende de termijn waarop er nog geen definitief krediet is, wordt de rente in de exploitatie verantwoord en komt daarmee ten laste van het jaarresultaat. Het voorbereidingskrediet bestaat uit maximaal 10% van de verwachte investering. Als de investering tot stand komt, worden de voorbereidingskosten meegenomen als onderdeel van het definitieve krediet. Wanneer deze investering niet tot stand komt, dan worden de kosten direct in zijn totaliteit afgeschreven in het lopende begrotingsjaar.

Rechtspraak bij dit artikel