Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verplichting tot waterberging

Onderdeel van Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Gulpen-Wittem 2022

1.. Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt in het hemelwaterbergingsgebied (vooralsnog het gehele grondgebied) geen hemelwater vanaf nieuwe gebouwen in een openbaar riool geloosd, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden, met uitzondering van nieuwe gebouwen of aanbouwen waarbij sprake is van (een toename van) een bebouwd verhard oppervlak van minder dan 20 m². 2.. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is: 35 liter per m² (bui die valt in 60 minuten) bij een toename van het bebouwd verhard oppervlak gelijk of meer dan 20 m² en minder dan 50 m² 80 liter per m² (bui die valt in 120 minuten) bij een toename van het bebouwd verhard oppervlak gelijk of meer dan 50 m² 3.. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze tussen 24 uur en 48 uur weer voor 90% beschikbaar is. De leegloop van de voorziening kan plaatsvinden in de bodem, op het openbaar riool of in de openbare ruimte. Voor de aansluiting op de riolering is een aansluitvergunning noodzakelijk. 4.. Het in de hemelwaterberging opgevangen water wordt bij voorkeur hergebruikt of geïnfiltreerd. Is beide niet mogelijk dan kan vertraagd worden afgevoerd naar het gemeentelijk riool. 5.. De hoeveelheid hemelwater die (na vulling van de hemelwaterberging op eigen terrein) niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte. 6.. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen, voor zover het aanbrengen van de hemelwaterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel