Het uitgangspunt van de AVG is dat persoonsgegevens mogen worden verwerkt wanneer de inwoner daarvoor toestemming geeft (art. 6 en 7 AVG). Die toestemming moet in vrijheid worden verleend en mag dus niet onder druk van een afhankelijkheidsrelatie gegeven worden (de inwoner geeft toestemming omdat hij verwacht anders niet in aanmerking voor ondersteuning te komen).
De verwerking van persoonsgegevens is echter ook toegestaan wanneer;
er een overeenkomst met de inwoner is;
de gemeente moet voldoen aan een wettelijke verplichting;
de vitale belangen van de inwoner of een derde in het geding zijn;
het algemeen belang of de uitoefening van openbaar gezag dat noodzakelijk maakt;
gerechtvaardigde belangen van de gemeente, behalve wanneer de belangen, grondrechten of fundamentele vrijheden van de inwoner zwaarder wegen.
Het bovenstaande betekent dat de gemeente in de praktijk maar zelden afhankelijk is van de toestemming van de inwoner. In het gros van de gevallen wordt namelijk voldaan aan een van de hiervoor genoemde punten, waarbij verwerking van persoonsgegevens is toegestaan. Dit wil echter niet zeggen dat de gemeente zich veel kan veroorloven. Het is juist extra reden om zorgvuldig met de persoonsgegevens van inwoners om te gaan.
Wanneer er door de inwoner toestemming wordt verleend voor de verwerking van persoonsgegevens, dan moet de gemeente dat later kunnen aantonen. Het is raadzaam om altijd schriftelijk toestemming te vragen. De toestemming kan altijd worden ingetrokken. Een kind van 16 jaar of ouder kan zelfstandig toestemming verlenen. Wanneer de toestemming wordt ingetrokken, dan moeten de verstrekte persoonsgegevens worden vernietigd.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.1
Het toestemmingsvereiste
Onderdeel van Privacybeleid gemeente Staphorst